ECLI:NL:RVS:2017:3270

Raad van State

Datum uitspraak
29 november 2017
Publicatiedatum
29 november 2017
Zaaknummer
201609912/1/A1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R. van der Spoel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:14 AwbArt. 3:12 AwbArt. 3:15 AwbArt. 6:13 AwbVerordening op de elektronische bekendmaking Lansingerland 2014
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen locatieplan ondergrondse milieuparken Lansingerland

Het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland stelde op 15 november 2016 het locatieplan ondergrondse milieuparken fase 1 vast voor de plaatsing van ondergrondse containers in de kernen Berkel en Rodenrijs, Bergschenhoek en Bleiswijk. Appellanten, wonend te Bergschenhoek, stelden beroep in tegen dit besluit.

Het college had het ontwerpbesluit ter inzage gelegd en kennisgeving gedaan via het elektronisch gemeenteblad, conform de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Verordening op de elektronische bekendmaking Lansingerland 2014. Appellanten brachten geen zienswijzen naar voren en voerden aan niet op de hoogte te zijn geweest omdat zij niet persoonlijk waren geïnformeerd.

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college aan de wettelijke kennisgevingsvereisten had voldaan en dat er geen verplichting bestond tot persoonlijke kennisgeving aan omwonenden. Aangezien appellanten geen zienswijzen hadden ingediend terwijl hen dat redelijkerwijs verweten kan worden, werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De overige gronden werden niet inhoudelijk behandeld en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen het locatieplan ondergrondse milieuparken wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van zienswijzen.

Uitspraak

201609912/1/A1.
Datum uitspraak: 29 november 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant] en anderen, allen wonend te Bergschenhoek, gemeente Lansingerland,
appellanten,
en
het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 15 november 2016 heeft het college het locatieplan ondergrondse milieuparken fase 1 vastgesteld voor de plaatsing van ondergrondse containers voor glas, papier, kunststof en textiel in de kernen Berkel en Rodenrijs, Bergschenhoek en Bleiswijk, gemeente Lansingerland.
Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 31 oktober 2017, waar het college, vertegenwoordigd door drs. E.A.K. Korteland, ing. J. Nguyen en M. de Wit, zijn verschenen.
Overwegingen
1.    Het besluit van 15 november 2016 is met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) voorbereid. Voorafgaand aan dat besluit heeft het college een ontwerpbesluit ter inzage gelegd. [appellant] en anderen hebben geen zienswijzen over dat ontwerpbesluit naar voren gebracht. Volgens het college moet het beroep daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. [appellant] en anderen hebben hier tegen ingebracht dat hen niet redelijkerwijs kan worden verweten geen zienswijzen naar voren te hebben gebracht omdat zij niet van het ontwerpbesluit op de hoogte waren. Volgens hun had het college omwonenden die in de directe omgeving wonen van een nieuwe locatie waar ondergrondse containers worden geplaatst, waaronder [appellant] en anderen, persoonlijk op de hoogte moeten stellen van het ontwerpbesluit.
2.    Artikel 2:14, tweede lid van de Awb luidt:
"Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, geschiedt de verzending van berichten die niet tot een of meer geadresseerden zijn gericht, niet uitsluitend elektronisch."
Artikel 3:12, eerste lid, luidt:
"Voorafgaand aan de terinzagelegging geeft het bestuursorgaan in een of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van het ontwerp. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud."
Artikel 3:15, eerste lid, luidt:
"Belanghebbende kunnen bij het bestuursorgaan bij keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze over het ontwerp naar voren brengen."
Artikel 6:13 luidt Pro, voor zover van belang:
"Geen beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 naar Pro voren heeft gebracht."
3.    Het college heeft de kennisgeving van het ontwerpbesluit gepubliceerd op de gemeentelijke website www.lansingerland.nl, het internetadres waarop het gemeenteblad "Gemeentenieuws" elektronisch wordt uitgegeven, en heeft daarbij gewezen op de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Hiermee heeft het college voldaan aan de in artikel 3:12, eerste lid, van de Awb gestelde eis dat op een geschikte wijze kennis moet worden gegeven van het ontwerpbesluit. Gelet op artikel 2:14, tweede lid, van de Awb was het voor het college niet vereist om daarnaast van het ontwerpbesluit kennis te geven in een dag-, nieuws-, of huis-aan-huisblad, nu ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Verordening op de elektronische bekendmaking Lansingerland 2014 ontwerpbesluiten uitsluitend bekend worden gemaakt in het elektronisch gemeenteblad. Anders dan [appellant] en anderen betogen, verplicht de Awb noch enig andere wettelijke regeling het college om bij besluiten die niet tot één of meer belanghebbenden zijn gericht omwonenden persoonlijk op de hoogte te stellen van een ontwerpbesluit.
3.1.    Het ontwerpbesluit bestaat uit drie deelplannen. Op de bij het ontwerpbesluit gevoegde overzichtplattegrond van het deelplan voor Bergschenhoek staan alle in dit gebied beoogde locaties voor ondergrondse containers. De overzichtplattegrond verwijst naar de bijgevoegde detailplattegronden. Op de detailplattegrond BE2 is de beoogde locatie voor de ondergrondse glascontainer op de hoek Zwaluwlaan/Meeuwenlaan getekend. Voor zover [appellant] en anderen betogen dat uit het ontwerpbesluit niet duidelijk blijkt dat het onder meer om deze locatie gaat, bestaat dan ook geen grond.
3.2.    Gezien hetgeen hiervoor is overwogen, is geen sprake van feiten of omstandigheden die maken dat [appellant] en anderen niet kan worden verweten dat zij geen zienswijze naar voren hebben gebracht, zoals bedoeld in artikel 6:13 van Pro de Awb. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Aan de bespreking van de overige gronden komt de Afdeling niet toe.
4.    Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. R. van der Spoel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Driel, griffier.
w.g. Van der Spoel    w.g. Van Driel
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 november 2017
414.