ECLI:NL:RVS:2017:3263
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G.M.H. Hoogvliet
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens misbruik van bevoegdheid bij informatieverzoek AIVD
Appellant verzocht de minister om afschrift van driemaandelijkse rapportages van de AIVD over de jaren 2000 tot en met 2002. De minister wees dit verzoek gedeeltelijk af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar hield de rechtsgevolgen in stand. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de zitting stelde de minister dat appellant misbruik maakt van zijn bevoegdheid om verzoeken op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (Wiv) in te dienen, omdat appellant zeer veel informatie opvraagt en de AIVD daardoor niet meer inhoudelijk op verzoeken ingaat. De Afdeling verwees naar een eerdere uitspraak waarin werd geoordeeld dat appellant de bevoegdheid voor een ander doel gebruikt dan waarvoor deze is verleend en dat er sprake is van onevenredigheid tussen het belang van appellant en de belasting voor de minister.
Gezien de gelijkenis van het huidige verzoek met eerdere verzoeken oordeelt de Afdeling dat ook in deze zaak sprake is van misbruik van bevoegdheid. Hierdoor wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van bevoegdheid bij het indienen van het informatieverzoek.