ECLI:NL:RVS:2017:3255
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag toevoeging gesubsidieerde rechtsbijstand in strafzaak kantonrechter
De appellant heeft een aanvraag gedaan voor toevoeging van gesubsidieerde rechtsbijstand in een strafzaak bij de kantonrechter wegens een snelheidsovertreding waarbij hij 44 km/u te hard zou hebben gereden. De raad heeft deze aanvraag afgewezen omdat in strafzaken bij de kantonrechter in beginsel geen rechtsbijstand wordt verleend, tenzij er zwaarwegende belangen of bijzondere feitelijke of juridische ingewikkeldheden zijn.
De appellant voerde aan dat vanwege zijn recidive en de ernst van de zaak een onvoorwaardelijke hechtenisstraf waarschijnlijk was, waardoor toevoeging noodzakelijk was. Ook stelde hij dat zijn financiële situatie en de noodzaak van zijn rijbewijs zwaarwegende omstandigheden vormden. De raad stelde daartegenover dat de zaak niet feitelijk of juridisch complex was en dat de officier van justitie geen onvoorwaardelijke hechtenisstraf had gevorderd.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft geoordeeld dat de appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat primair hechtenis zou worden gevorderd en dat de Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen geen grondslag biedt voor zijn verwachting. Ook de financiële omstandigheden en de noodzaak van het rijbewijs rechtvaardigen geen uitzondering. De Afdeling bevestigt daarom het besluit van de raad en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag voor toevoeging gesubsidieerde rechtsbijstand is terecht afgewezen en het hoger beroep is ongegrond verklaard.