ECLI:NL:RVS:2017:3232
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling inzake verblijfsvergunning mensenhandel
De vreemdeling had bij de staatssecretaris een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 29 april 2017 werd afgewezen. Tevens werd geweigerd om ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen op grond van mensenhandel.
De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd, waarna zowel de vreemdeling als de staatssecretaris hoger beroep instelden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond is omdat het aangevoerde geen vragen oproept die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond omdat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat de staatssecretaris de vreemdeling geen bedenktijd had moeten gunnen voor aangifte mensenhandel, terwijl de vreemdeling rechtmatig verbleef en de beleidsregel bedenktijd alleen geldt voor vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt verworpen.