ECLI:NL:RVS:2017:3199
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- H.G. Lubberdink
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting horecabedrijf wegens cumulatie ernstige incidenten en verstoring openbare orde
De burgemeester van Eindhoven heeft bij besluit het horecabedrijf van appellante voor drie maanden gesloten vanwege een reeks ernstige incidenten in en rond het café, waaronder mishandelingen en openlijke geweldplegingen, zoals vastgelegd in op ambtseed opgemaakte bestuurlijke rapportages van de politie.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte de juistheid van de rapportages had aangenomen en dat geen causaal verband bestond tussen de incidenten en de exploitatie van het café. Ook stelde zij dat de burgemeester onvoldoende rekening had gehouden met door haar getroffen preventieve maatregelen en dat de koppeling met de intrekking van de drank- en horecavergunning niet was meegenomen.
De Raad van State oordeelde dat de burgemeester en rechtbank terecht mochten uitgaan van de juistheid van de rapportages en dat voldoende is komen vast te staan dat de incidenten verband houden met de exploitatie van het café. De maatregelen van appellante deden niet af aan de bevoegdheid tot sluiting. Tevens is de intrekking van de vergunning een afzonderlijk besluit dat niet in de sluitingsbeslissing hoeft te worden betrokken.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van het café voor drie maanden wegens ernstige incidenten en verstoring van de openbare orde.