ECLI:NL:RVS:2017:3065
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vervolgberoep tegen voortduren vreemdelingenbewaring gegrond verklaard
De vreemdeling is op 18 juli 2017 in vreemdelingenbewaring gesteld na een aanvraag verblijfsvergunning asiel. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze bewaring niet-ontvankelijk, omdat zij het beroep aanzag als gericht tegen een nieuwe maatregel van 8 augustus 2017. De vreemdeling stelde echter een vervolgberoep in tegen het voortduren van de oorspronkelijke bewaring.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk verklaarde, omdat het vervolgberoep tegen de voortzetting van de bewaring op 18 juli 2017 wel ontvankelijk had moeten worden behandeld. De maatregel van 8 augustus 2017 betreft een nieuwe bewaring waarvoor een afzonderlijk beroep mogelijk is, maar dit sluit het vervolgberoep niet uit.
Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling met inachtneming van deze overwegingen. Tevens stelt de Afdeling de proceskosten in hoger beroep vast op €495,00, waarbij de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor verdere behandeling.