ECLI:NL:RVS:2017:3039
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bestemmingsplanregeling modelboot Prins Hendrikkade Amsterdam
Rederij Lovers B.V. stelde beroep in tegen het besluit van de raad van Amsterdam van 15 maart 2017, waarin een partiële herziening van het bestemmingsplan Prins Hendrikkade werd vastgesteld. Deze herziening volgde op een eerdere gedeeltelijke vernietiging van het moederplan door de Afdeling bestuursrechtspraak, die de raad had opgedragen een passende regeling voor de bestaande modelboot op het perceel Prins Hendrikkade 20a te treffen.
Rederij Lovers B.V. betoogde dat de regeling omtrent de maximale bouwhoogte van de modelboot onvoldoende duidelijk was en dat de toevoeging van het woord "maximaal" tot onzekerheid zou leiden, met mogelijke weigering van een omgevingsvergunning op grond van welstandseisen. De raad stelde dat de regeling helder is en dat de welstandstoets zich beperkt tot aspecten als vormgeving en kleurgebruik, zonder de bouwhoogte als zodanig ter discussie te stellen.
De Afdeling overwoog dat de toevoeging van "maximaal" juist een ruimere interpretatie mogelijk maakt en dat de welstandstoets niet mag leiden tot belemmering van de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. De Afdeling concludeerde dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de regeling voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening en wees het beroep af.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 8 november 2017.
Uitkomst: Het beroep van Rederij Lovers B.V. tegen de partiële herziening van het bestemmingsplan is ongegrond verklaard.