ECLI:NL:RVS:2017:2906
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen kinderopvangtoeslag na herziening besluit
De Belastingdienst/Toeslagen stelde de kinderopvangtoeslag voor 2012 aan appellante aanvankelijk op nihil vast en vorderde terugbetaling van voorschotten. Na bezwaar en beroep werd het besluit gehandhaafd. In hoger beroep overwoog de Belastingdienst dat appellante inmiddels aannemelijk had gemaakt de kosten van kinderopvang te hebben voldaan, waarna het besluit werd herzien en de toeslag vastgesteld op € 11.955,00.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk was wegens het ontbreken van belang, omdat dat besluit door het herzieningsbesluit was vervangen. Het beroep tegen het herzieningsbesluit werd inhoudelijk behandeld en ongegrond verklaard.
Appellante voerde aan dat zij meer uren had gewerkt en dat haar zoon een overbruggingsjaar had gevolgd, waardoor zij recht zou hebben op een hogere toeslag. De Raad van State stelde dat de Belastingdienst het aantal uren correct had vastgesteld op 70% van de gewerkte uren en dat de zoon volgens de wet uiterlijk aan het einde van het schooljaar waarin hij 14 werd, de basisschool moest verlaten. Appellante had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar zoon niet naar het voortgezet onderwijs was gegaan. Daarmee faalden haar bezwaren.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en het beroep tegen het herzieningsbesluit ongegrond, zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het eerdere besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het herzieningsbesluit is ongegrond verklaard.