ECLI:NL:RVS:2017:2884
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand bij boete overschrijding maximumsnelheid
De appellant had een toevoeging voor rechtsbijstand aangevraagd om hoger beroep in te stellen tegen een boete van €161 wegens het overschrijden van de maximumsnelheid buiten de bebouwde kom met 19 km/h. De raad wees deze aanvraag af omdat de advocaatkosten niet opwogen tegen het belang en het rechtsprobleem eenvoudig was, wat door de rechtbank werd bevestigd.
De appellant voerde aan dat het financieel belang hoger was door niet toegekende proceskosten en dat advocaatbijstand noodzakelijk was vanwege de complexiteit van het hoger beroep, waarin de kantonrechter een bestuursrechtelijke onjuiste beslissing zou hebben genomen. De Raad van State oordeelde echter dat de appellant zelf in staat moest worden geacht zijn belangen te behartigen en dat bijstand door een andere persoon mogelijk was. De stelling dat dergelijke bijstand niet beschikbaar was, werd niet onderbouwd.
Daarmee faalden de bezwaren van de appellant en werd het hoger beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor toevoeging rechtsbijstand bij hoger beroep tegen een boete wegens snelheidsovertreding.