ECLI:NL:RVS:2017:2871
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing paspoortaanvraag wegens verlies Nederlanderschap door verkrijging Chinese nationaliteit
Appellant, geboren met de Chinese nationaliteit, verkreeg in 1998 de Nederlandse nationaliteit en vestigde zich daarna opnieuw in China. Hij vroeg in 2015 een nationaal paspoort aan, maar de minister nam de aanvraag niet in behandeling omdat appellant niet kon aantonen dat hij nog Nederlander was.
De rechtbank oordeelde dat appellant het Nederlanderschap van rechtswege had verloren door het verkrijgen van de Chinese nationaliteit, zoals bepaald in artikel 15 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap en artikel 9 van Pro de Chinese Nationaliteitswet. Appellant voerde aan dat hij niet permanent in Nederland was gevestigd en dat hij zijn Chinese nationaliteit niet had verloren, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt.
De Raad van State bevestigt dat de minister terecht heeft gehandeld, omdat appellant onvoldoende bewijs leverde van het behoud van het Nederlanderschap. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beslissing van de minister om de paspoortaanvraag niet in behandeling te nemen wordt bevestigd.