ECLI:NL:RVS:2017:287
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling op verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 26 februari 2016 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 31 maart 2016 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De klacht richtte zich op het oordeel van de rechtbank dat niet zonder meer kon worden aangenomen dat de vreemdeling bij terugkeer naar Afghanistan op een sociaal netwerk kan terugvallen. De staatssecretaris stelde dat het ontbreken van een sociaal netwerk niet automatisch een schending van artikel 3 EVRM Pro betekent.
De Raad van State oordeelde dat hoewel humanitaire problematiek door een gewapend conflict een schending van artikel 3 EVRM Pro kan opleveren, het ontbreken van een sociaal netwerk op zichzelf onvoldoende is om aan te nemen dat de vreemdeling gevaar loopt. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Verheij en leden Troostwijk en van Eck op 3 februari 2017.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.