ECLI:NL:RVS:2017:2869
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens verjaring invordering dwangsom tuinhuisje op aanlegsteiger
Appellant is eigenaar van een perceel met een aanlegsteiger waarop een tuinhuisje is gebouwd zonder benodigde omgevingsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders van Almere heeft appellant bij besluit van 15 december 2014 gelast het tuinhuisje te verwijderen onder oplegging van een dwangsom van € 1.000,00 bij niet-naleving.
De begunstigingstermijn werd verlengd tot zes weken na verzending van het besluit op bezwaar, dat op 7 oktober 2015 werd verzonden. Appellant heeft niet voldaan aan de last, waardoor de dwangsom op 18 november 2015 van rechtswege is verbeurd. Het college heeft de dwangsom niet geïnd, waardoor de bevoegdheid tot invordering op 19 november 2016 is verjaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellant geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep, omdat betaling van de dwangsom niet meer kan worden afgedwongen. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Tevens wordt opgemerkt dat het tuinhuisje zonder vergunning is gebouwd en het college bevoegd blijft handhavend op te treden.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 25 oktober 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring van de bevoegdheid tot invordering van de dwangsom.