ECLI:NL:RVS:2017:2864
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- G.M.H. Hoogvliet
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens overtreding Huisvestingswet door verhuur zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam legde appellant een bestuurlijke boete op van €18.500 vanwege overtreding van de Huisvestingswet door het in gebruik geven van woonruimte aan personen zonder huisvestingsvergunning. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze boete, waarbij hij onder meer aanvoerde dat hij niet wist van de illegale bewoning en dat hij ongunstiger werd behandeld dan woningcorporaties.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant als professionele verhuurder toezicht had moeten houden op het gebruik van de woning. Tevens verwierp de rechtbank de stellingen over machtsmisbruik, vooringenomenheid en schending van het gelijkheidsbeginsel.
In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de uitspraak van de rechtbank. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de rechtbank onjuist had geoordeeld en wees het verzoek om schadevergoeding af wegens onbevoegdheid, aangezien het gevorderde bedrag het maximum van €25.000 te boven ging.
De Raad concludeerde dat het college terecht de boete heeft opgelegd en dat de bezwaar- en beroepsprocedures correct zijn gevolgd. Er was geen aanleiding voor vernietiging van de uitspraak of voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €18.500 wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen wegens onbevoegdheid.