ECLI:NL:RVS:2017:2853
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-behandeling verblijfsvergunning asiel en proceskostenvergoeding
Bij besluiten van 16 augustus 2017 heeft de staatssecretaris de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De rechtbank Den Haag verklaarde de beroepen van de vreemdelingen tegen deze besluiten ongegrond op 13 september 2017. De vreemdelingen stelden hoger beroep in en verzochten tevens om een voorlopige voorziening.
De Raad van State overwoog dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat de minister niet was ingegaan op het beroep van de vreemdelingen op artikel 9 van Pro de Dublinverordening en dat de minister pas ter zitting zijn standpunt had gemotiveerd. De rechtbank had dit gebrek moeten passeren met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb, maar had ten onrechte afgezien van een proceskostenveroordeling.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond en vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover deze de minister niet veroordeelde tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdelingen hadden gemaakt in verband met de behandeling van de beroepen. Voor het overige werd het vonnis bevestigd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van €1.485 aan proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdelingen.