AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen wijzigingsplan Molenstraat Beugen
Het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer stelde op 4 oktober 2016 het wijzigingsplan 'Molenstraat (naast nummer) Beugen' vast. Verzoeker, wonende te Beugen, stelde hiertegen beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de werking van het wijzigingsplan te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het enkele feit dat het wijzigingsplan in werking treedt na afloop van de beroepstermijn geen reden is voor onverwijlde spoed. Daarnaast is gebleken dat nog geen omgevingsvergunning voor het bouwen van de twee in het plan voorziene woningen is aangevraagd en dat de initiatiefnemer heeft toegezegd dit pas te doen nadat het plan onherroepelijk is geworden.
Verzoeker werd in de gelegenheid gesteld hierop te reageren, maar de voorzieningenrechter stelde vast dat er geen sprake is van een onomkeerbare situatie die onmiddellijke voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het verzoek werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het wijzigingsplan wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.
Uitspraak
201608739/2/R2.
Datum uitspraak: 3 februari 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 vanPro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend te Beugen, gemeente Boxmeer,
en
het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 4 oktober 2016 heeft het college het wijzigingsplan "Molenstraat (naast nummer […]) Beugen" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld.
Bij deze brief heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
2. De enkele omstandigheid dat een wijzigingsplan in beginsel in werking treedt met ingang van de dag na die waarop de beroepstermijn afloopt, biedt geen grond voor het oordeel dat onverwijlde spoed het treffen van een voorlopige voorziening vergt. Daarmee is immers nog niet gegeven dat de door het plan mogelijk gemaakte ruimtelijke ontwikkeling waartegen het beroep zich richt ook daadwerkelijk op korte termijn wordt verwezenlijkt.
3. Het bestreden wijzigingsplan bevat de mogelijkheid twee woningen te bouwen. Namens het college is bij e-mailbericht van 17 januari 2017 verklaard dat nog geen omgevingsvergunning voor bouwen is aangevraagd. Verder heeft de initiatiefnemer te kennen gegeven een dergelijke aanvraag niet in te zullen dienen voordat het bestreden wijzigingsplan onherroepelijk is.
4. De voorzieningenrechter heeft [verzoeker] bij brief van 19 januari 2017 in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. In zijn reactie heeft [verzoeker] betoogd dat als hij zijn verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening intrekt, een aanvraag om een omgevingsvergunning voor bouwen aan het dan in werking getreden wijzigingsplan moet worden getoetst, ondanks de toezegging van initiatiefnemer.
5. De voorzieningenrechter overweegt dat, indien deze situatie zich ondanks de verklaring van de initiatiefnemer voordoet, [verzoeker] opnieuw een verzoek om het treffen van voorlopige voorziening kan indienen. Voor een onomkeerbare situatie hoeft om die reden niet te worden gevreesd.
6. De voorzieningenrechter is gelet op het vorenstaande van oordeel dat met het verzoek in zoverre geen spoedeisend belang is gemoeid. Ook anderszins is de voorzieningenrechter niet gebleken van een spoedeisend belang dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, griffier.