ECLI:NL:RVS:2017:2787
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J. Hoekstra
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep tegen weigering omgevingsvergunning monument
De zaak betreft een omgevingsvergunningaanvraag door appellant voor het verbouwen van een gemeentelijk monument in Amsterdam, waarbij twee woningen worden omgevormd tot drie zelfstandige woningen. Het algemeen bestuur verleende aanvankelijk een vergunning van rechtswege, maar herroept deze later na bezwaar van een derde partij en weigert alsnog de vergunning. De rechtbank verklaart het beroep van appellant gegrond en vernietigt het herroepingsbesluit, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de rechtbank buiten de grenzen van het geschil is getreden door het intrekkingsbesluit van 31 december 2013 mee te nemen.
De Afdeling oordeelt dat het besluit van 25 februari 2014, waarin de vergunning van rechtswege wordt vastgesteld, het primaire besluit is en dat het besluit van 9 april 2015 een besluit op bezwaar betreft. Het bezwaar van de derde partij was tijdig en gericht tegen de vergunning van rechtswege, waardoor het besluit van 9 april 2015 rechtmatig is genomen. De stelling van appellant dat het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard wegens een verkeerde datum is ongegrond.
Verder is geoordeeld dat het algemeen bestuur terecht het monumentenbelang heeft laten prevaleren boven het belang van appellant bij de verbouwing, mede gelet op negatieve adviezen van de Commissie Welstand en Monumenten. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van appellant ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en het betaalde griffierecht wordt aan appellant terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.