ECLI:NL:RVS:2017:2751
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit last onder dwangsom verwijderen bijgebouw wegens onvoldoende motivering
Het college van burgemeester en wethouders van Bergen legde appellanten een last onder dwangsom op om een bijgebouw op hun perceel te verwijderen, omdat werkzaamheden aan het bijgebouw de afwijking van het bestemmingsplan zouden vergroten en het overgangsrecht daardoor verviel. Appellanten maakten bezwaar en stelden beroep in tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellanten gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde in een tussenuitspraak dat het college niet zonder nadere motivering de gehele berging had mogen laten verwijderen en gaf het college de opdracht het gebrek in de motivering te herstellen. Het college voorzag het besluit van een aanvullende motivering, waarin werd toegelicht dat het overgangsrecht geen omgevingsvergunning vervangende titel verschaft en dat het college daarom bevoegd was handhavend op te treden.
De Afdeling stelde vast dat het college met de aanvullende motivering het gebrek had hersteld, maar vernietigde het besluit van 20 oktober 2015 voor zover het de last tot het verwijderen en verwijderd houden van houtopstanden en de berging handhaafde. De rechtsgevolgen van het besluit met betrekking tot de berging blijven echter in stand. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellanten.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij handhavingsbesluiten en bevestigt dat het overgangsrecht geen vergunning vervangende titel is, waardoor handhaving mogelijk blijft bij ontbreken van een vergunning.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot het verwijderen van het bijgebouw wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, met in stand laten van de rechtsgevolgen en toewijzing van proceskostenvergoeding.