ECLI:NL:RVS:2017:2716
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking hoger beroep in vreemdelingenzaak
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een vreemdelingenzaak. Vervolgens trok de vreemdeling het hoger beroep in nadat de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie het bestreden besluit had ingetrokken en alsnog had besloten de aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document op grond van de Vreemdelingenwet 2000 te honoreren.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de intrekking van het hoger beroep plaatsvond vanwege de tegemoetkoming van het bestuursorgaan, waardoor de minister van Veiligheid en Justitie veroordeeld moest worden tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling had gemaakt. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van het door de vreemdeling betaalde griffierecht.
De Raad van State stelde vast dat de proceskosten voor bezwaar, beroep en hoger beroep geheel toe te rekenen waren aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en wees de vergoeding toe. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2017.
Uitkomst: De minister van Veiligheid en Justitie is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming aan de vreemdeling.