ECLI:NL:RVS:2017:2714
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens vrijwillig vertrek vreemdelingen naar land van herkomst
Bij verschillende besluiten van 25 juli 2016 heeft de staatssecretaris de aanvragen van vier vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 14 februari 2017 deze beroepen ongegrond verklaarde.
De vreemdelingen gingen hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de procedure overlegde de staatssecretaris berichten waaruit bleek dat de vreemdelingen op 9 juni 2017 vrijwillig vanuit Nederland naar hun land van herkomst Israël zijn vertrokken.
De Raad van State overweegt dat door het vrijwillige vertrek de vreemdelingen kennelijk geen belang meer hebben bij de beoordeling van hun hoger beroep. Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdelingen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang door vrijwillig vertrek naar Israël.