ECLI:NL:RVS:2017:2663
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- F.C.M.A. Michiels
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor ligplaatsen bedrijfsvaartuigen in Stadiongracht
Smidtje Beheer verzocht om een omgevingsvergunning voor het innemen van ligplaatsen voor maximaal 10 bedrijfsvaartuigen in de Stadiongracht te Amsterdam. Het college weigerde deze vergunning omdat het project in strijd was met het bestemmingsplan "Olympisch Stadion e.o.", dat slechts één ligplaats toestaat voor een passagiersvaartuig met beperkte afmetingen. De rechtbank verklaarde het beroep van Smidtje Beheer ongegrond en bevestigde de weigering.
Smidtje Beheer stelde dat het college bevoegd was om op grond van artikel 2.12 Wabo in samenhang met artikel 4 Bor Pro een vergunning te verlenen voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied. De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelden echter dat het project vanwege de omvang en de verwachte onbeperkte duur van het gebruik niet als een niet-ingrijpende wijziging kan worden aangemerkt. Bovendien zou het project de ligplaatsen voor andere vaartuigen beperken.
Verder betoogde Smidtje Beheer dat zij een goede ruimtelijke onderbouwing had geleverd door te verwijzen naar het Ruimtelijke afwegingskader passagiersvaart Zuid (RAK). Het college stelde dat het RAK niet formeel was vastgesteld en onvoldoende geschikt was als toetsingskader vanwege de schaarste aan ligplaatsen en exploitatievergunningen. De Afdeling oordeelde dat het college niet onredelijk had gehandeld door de vergunning te weigeren, mede gelet op de concurrentie en het voornemen om nieuw beleid te ontwikkelen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van het college om een omgevingsvergunning te verlenen voor het innemen van ligplaatsen voor 10 bedrijfsvaartuigen.