ECLI:NL:RVS:2017:2617
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State in hoger beroep tegen niet-behandeling aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 25 juli 2017 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, die op 25 augustus 2017 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het onderzoek gesloten en overwogen dat de aangevallen uitspraak een uitspraak is na toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder a, van de Awb kan tegen deze uitspraak geen hoger beroep worden ingesteld.
De Afdeling concludeert daarom dat zij kennelijk onbevoegd is om van het hoger beroep kennis te nemen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De Afdeling verklaart zich dan ook onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en spreekt dit uit in een enkelvoudige kamer op 26 september 2017.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het af.