ECLI:NL:RVS:2017:2604
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- D.J.C. van den Broek
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens alcoholmisbruik na onderzoek CBR
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van appellante ongeldig vanwege alcoholmisbruik, gebaseerd op een onderzoek dat bestond uit anamnese, lichamelijk, psychiatrisch en laboratoriumonderzoek. Appellante werd aangehouden na een melding van vermoedelijk rijden onder invloed en blies 1.000 µg/l alcohol.
Appellante voerde aan dat haar recht op een eerlijk proces was geschonden omdat de uitkomst van het onderzoek werd gebruikt terwijl een andere procedure over de rechtmatigheid van dat onderzoek nog liep. Zij stelde dat zij zich daardoor niet adequaat kon verdedigen en dat het CBR en de rechtbank hadden moeten wachten met besluiten tot na de uitspraak in die procedure.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante zich wel degelijk heeft kunnen verdedigen door in deze procedure argumenten aan te voeren, ook vooruitlopend op de uitkomst van de andere procedure. Er was geen reden voor het CBR of de rechtbank om te wachten met besluiten. Ook het betoog over het ten onrechte gebruiken van het onderzoeksverslag werd buiten beschouwing gelaten omdat dit niet eerder was ingebracht.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat de kosten het gevolg waren van de keuze van appellante om tegen de ongeldigverklaring in rechte op te komen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de ongeldigverklaring van haar rijbewijs bevestigd.