ECLI:NL:RVS:2017:2541
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verklaring rijvaardigheid wegens fraude bij praktijkexamen
Appellante behaalde haar rijbewijs in juli 2014 via een rijschool in Zaandam. Het CBR ontving een anonieme melding over fraude bij praktijkexamens, waarbij een examinator in samenwerking met zes rijscholen kandidaten onterecht liet slagen tegen betaling. Na onderzoek door politie en bedrijfsrecherche concludeerde het CBR dat bij appellante meerdere indicatoren van deze fraude van toepassing waren, waaronder communicatie tussen de examinator en de rijschoolhouder op de examendag.
Het CBR trok daarop in februari 2015 de verklaring van rijvaardigheid van appellante in. Appellante voerde onder meer aan dat het CBR niet bevoegd was tot intrekking en dat de bewijslast onvoldoende was, met name omdat de sms-berichten geen concrete afspraken over haar examen zouden aantonen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Afdeling oordeelde dat het CBR aannemelijk had gemaakt dat de verklaring ten onrechte was afgegeven, omdat naast de eerste twee indicatoren (examen bij verdachte examinator en via verdachte rijschool) ook de zesde indicator (communicatie tussen examinator en rijschoolhouder) op appellante van toepassing was. De communicatie werd gezien als aanwijzing voor afspraken over het examen. De rechtbank en de Afdeling vonden dat het CBR niet verplicht was verder onderzoek te doen naar alternatieve interpretaties van deze communicatie.
Appellante slaagde er niet in de toegepaste indicatoren te weerleggen of aan te tonen dat zij over de vereiste rijvaardigheid beschikte. De Afdeling liet andere betwistingpunten buiten beschouwing wegens te late indiening. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de verklaring bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de verklaring van rijvaardigheid van appellante wordt bevestigd.