ECLI:NL:RVS:2017:2495
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris heeft op 28 april 2016 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 14 juni 2017 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Tijdens het hoger beroep werden nieuwe stukken ingediend, waaronder vertalingen van identiteitsbewijzen en verklaringen, maar deze werden niet in behandeling genomen omdat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt waarom deze niet eerder in beroep waren overgelegd.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep kennelijk ongegrond is en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Tevens wees de Raad het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.