ECLI:NL:RVS:2017:2477
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.C. van Sloten
- F.D. van Heijningen
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststelling provinciaal inpassingsplan Windpark Westfrisia en omgevingsvergunning windturbines
Provinciale staten van Noord-Holland stelden op 6 februari 2017 het provinciaal inpassingsplan Windpark Westfrisia vast en verleenden op 28 februari 2017 een omgevingsvergunning voor de bouw van vijf windturbines. Appellanten voerden onder meer aan dat zij geen zienswijze hadden ingediend, dat het plan onrechtmatig was vastgesteld, dat de overgangsregeling van de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) onzorgvuldig en onevenredig was, en dat het plan niet voldeed aan provinciale en gemeentelijke beleidsregels.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep van een deel van de appellanten niet-ontvankelijk was wegens het ontbreken van een zienswijze. De overige beroepen werden inhoudelijk behandeld en ongegrond verklaard. De Afdeling stelde vast dat provinciale staten bevoegd waren het inpassingsplan vast te stellen, dat de overgangsregeling rechtmatig tot stand was gekomen en passend werd toegepast, en dat het plan en de vergunning in overeenstemming waren met het geldende toetsingskader, waaronder de PRV en het Activiteitenbesluit. Ook werd geoordeeld dat de belangenafweging door provinciale staten zorgvuldig en redelijk was gemaakt, onder meer ten aanzien van geluid- en slagschaduwhinder.
Het beroep op schending van het rechtszekerheidsbeginsel en het verbod van willekeur werd verworpen. De Afdeling concludeerde dat het inpassingsplan en de omgevingsvergunning niet in strijd waren met hogere regelgeving of algemene rechtsbeginselen. De verschillende turbinetypes in de vergunning waren toelaatbaar, en de afwijkingsbevoegdheid voor de rotordiameter was gerechtvaardigd. Tenslotte werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen het provinciaal inpassingsplan en de omgevingsvergunning voor Windpark Westfrisia zijn voor zover ontvankelijk ongegrond verklaard.