ECLI:NL:RVS:2017:2476
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen omgevingsvergunning voor afvalverbrandingsinstallatie in Harlingen
Het college verleende op 10 december 2013 een omgevingsvergunning aan Omrin voor het wijzigen van de afvalverbrandingsinstallatie aan de Lange Lijnbaan 14 te Harlingen, waaronder een verhoging van de verwerkte afvalhoeveelheid. Appellanten, wonend op respectievelijk 1,8 en 2,2 km afstand, maakten bezwaar tegen mogelijke milieugevolgen, met name luchtverontreiniging door dioxines.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belanghebbendheid, omdat de milieugevolgen ter plaatse van hun woningen niet van enige betekenis zouden zijn. Appellanten stelden dat het luchtkwaliteitonderzoek onbetrouwbaar was en dat ook andere stoffen en kortdurende emissies niet waren meegenomen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het onderzoek van Arcadis, inclusief storingsuren en kustlijnfumigatie, adequaat was en dat de berekende concentraties ruim onder de grenswaarden lagen. De afstand tot de inrichting en de lage emissies maakten het niet aannemelijk dat appellanten milieugevolgen van enige betekenis ondervinden. Klachten over geurhinder en dioxines werden onvoldoende onderbouwd geacht.
De Afdeling bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.