ECLI:NL:RVS:2017:2467
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Troostwijk
- W. Sorgdrager
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgevingsvergunning voor zes windturbines vanwege ligging in weidevogelleefgebied
Engie Energie Nederland Windenergie Holding B.V. heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland dat de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor zes windturbines op een locatie nabij Midwoud heeft afgewezen. Het college baseerde de afwijzing op artikel 32, vierde lid, onder h, van de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), omdat de locatie binnen een weidevogelleefgebied ligt.
Engie voerde aan dat de PRV-afwijkingen niet in een milieueffectrapportage waren onderzocht en dat de locatie volgens het Natuurbeheerplan 2016 niet langer als weidevogelleefgebied was aangewezen. Het college had deze wijziging niet doorgevoerd in de PRV, wat volgens Engie onterecht was en in strijd met het verbod van willekeur en het evenredigheidsbeginsel.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het natuurbeheerplan geen planologische betekenis heeft en dat de PRV een dubbele doelstelling kent: bescherming van weidevogels en de openheid van hun leefgebied. Het college mocht de ruimere begrenzing van het weidevogelleefgebied in de PRV hanteren zolang nader onderzoek loopt naar andere beschermingsgronden. Daarom was de afwijzing van de vergunning terecht en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Engie wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de omgevingsvergunning bevestigd.