ECLI:NL:RVS:2017:2390
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsingsplan ondergrondse restafvalcontainers Rivierenwijk Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht stelde bij besluit van 18 december 2015, gewijzigd op 31 mei 2016, een plaatsingsplan vast voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC's) in de Rivierenwijk. De appellanten, bewoners van een appartement nabij locatie 98, voerden aan dat de plaatsing van twee ORAC's nabij hun terras hun woongenot zou aantasten door geluidsoverlast, stank, zwerfafval, verkeershinder en schade aan een nabijgelegen boom.
Het college verwees naar richtlijnen uit "Het Nieuwe Inzamelen" en stelde dat de ORAC's op redelijke afstand van de woning en het terras worden geplaatst, met technische voorzieningen om geluid en geur te beperken. Het college achtte de overlast beperkt en handhaving van zwerfafval een aparte kwestie. Ook de verkeershinder bij legen van de containers werd als acceptabel beoordeeld.
De Raad van State oordeelde dat het college een redelijke belangenafweging heeft gemaakt en dat de appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat het besluit onredelijk is. De vrees voor waardevermindering van het appartement is onvoldoende om het besluit aan te tasten. Ook het betoog dat locatie 98 overbodig zou zijn vanwege nabijgelegen ORAC's werd verworpen, mede vanwege capaciteitsafwegingen.
Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het plaatsingsplan voor ORAC's in Rivierenwijk is ongegrond verklaard.