ECLI:NL:RVS:2017:2335
Raad van State
- Hoger beroep
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college over persoonsgegevens in drank- en horecavergunning
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van appellanten tegen het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven behandeld. Het geschil betrof het besluit van 24 november 2015 waarin het college bepaalde dat appellanten niet als leidinggevende in een horecagelegenheid mochten functioneren en hun persoonsgegevens in de drank- en horecavergunning werden opgenomen.
De Afdeling oordeelde dat het college bij dat besluit ten onrechte de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) niet van toepassing had geacht en dat het besluit niet zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende was gemotiveerd. De Afdeling vernietigde daarom het besluit en verklaarde het beroep bij de rechtbank gegrond.
Het college nam vervolgens een nieuw besluit op 21 april 2017 waarin het bezwaar van appellanten opnieuw ongegrond werd verklaard. De Afdeling verklaarde het beroep tegen dit nieuwe besluit ongegrond, omdat de persoonsgegevens feitelijk juist, volledig en ter zake dienend waren en niet in strijd met wettelijke voorschriften werden verwerkt.
Appellanten hadden ook een verzoek om schadevergoeding ingediend op grond van artikel 49 Wbp Pro, maar dit werd afgewezen omdat zij geen concreet voorschrift hadden aangewezen dat was geschonden en geen concrete schade hadden gesteld. De Afdeling gelastte het college tot vergoeding van het griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 21 april 2017 wordt ongegrond verklaard en het besluit van 24 november 2015 vernietigd.