ECLI:NL:RVS:2017:2313
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J.E.M. Polak
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring hoger beroep tegen exploitatievergunning horeca-inrichting Zutphen
De burgemeester van Zutphen verleende op 11 mei 2015 een exploitatievergunning aan de Stichting Het Dagelijks Bestaan voor een horeca-inrichting aan de Veerstraat 5 te Zutphen. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning en voerde aan dat de vergunning in strijd was met het bestemmingsplan, omdat de locatie de bestemming 'bedrijf' heeft en horeca niet binnen deze bestemming zou passen. De burgemeester verklaarde het bezwaar ongegrond en verlengde later de vergunning meerdere malen.
De rechtbank Gelderland verklaarde het bezwaar van appellant gegrond en vernietigde het besluit van 1 december 2015, waarna de burgemeester een nieuw besluit nam dat opnieuw het bezwaar ongegrond verklaarde. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de horeca-activiteiten van de stichting binnen de bestemming 'bedrijf' met de aanduiding 'cat. 1 & 2' vallen volgens de Staat van Bedrijfsactiviteiten die bij het bestemmingsplan hoort, en dat de vestiging van de horeca-inrichting niet in strijd is met het bestemmingsplan. Het betoog van appellant faalt daarom. Ook het verzoek tot exceptieve toetsing van het bestemmingsplan werd verworpen.
Hoewel de exploitatievergunning later is ingetrokken, achtte de Afdeling appellant nog belanghebbende vanwege de door hem gestelde waardevermindering van omliggende woningen gedurende de geldigheidsduur van de vergunning. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van 23 augustus 2016 werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de exploitatievergunning is ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van 23 augustus 2016 is eveneens afgewezen.