ECLI:NL:RVS:2017:2240
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- H.G. Lubberdink
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten RDW inzake niet-ontvankelijkheid bezwaren importvoertuigen en hoorrecht appellant
Appellant, een bedrijfsmatige importeur van gebruikte auto's, maakte bezwaar tegen besluiten van de RDW inzake inschrijving van voertuigen in het kentekenregister en toekenning van een WOK-status. De RDW verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk omdat appellant geen afschriften van de besluiten overlegde. De rechtbank oordeelde dat dit ten onrechte was en dat de RDW het verzuim niet had mogen herstellen, maar paste artikel 6:22 Awb Pro toe en handhaafde de besluiten omdat appellant niet benadeeld zou zijn.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte artikel 6:22 Awb Pro toepaste en dat hij alsnog gehoord had moeten worden om de bezwaren te verduidelijken. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het horen een essentieel onderdeel is van de bezwaarprocedure en dat de RDW ten onrechte van het horen heeft afgezien. De Afdeling vernietigde de uitspraken van de rechtbank en de bestreden besluiten op bezwaar wegens strijd met artikel 7:12 en Pro 7:3 Awb.
De Afdeling benadrukte dat de WOK-status een voorbereidingshandeling is zonder direct rechtsgevolg, maar dat bij tenaamstelling tegen de betalingsbesluiten en WOK-status kan worden opgekomen. Verder werd bepaald dat nieuwe besluiten alleen bij de Afdeling kunnen worden aangevochten. De RDW werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De Afdeling gaf partijen de opdracht tot overleg en het houden van een hoorzitting om de bezwaren nader te bespreken.
Uitkomst: De bestreden besluiten op bezwaar worden vernietigd en appellant wordt alsnog gehoord over zijn bezwaren.