ECLI:NL:RVS:2017:2204
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing bezwaar tegen vaststelling toeslagen over 2013
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg die het beroep tegen de definitieve vaststelling van zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget over 2013 ongegrond verklaarde.
De Belastingdienst/Toeslagen had het toetsingsinkomen van appellant als inkomensgegeven uit de basisregistratie inkomensgegevens gehanteerd, waarbij een bijzondere erkenning Ereschuld niet buiten beschouwing werd gelaten. Appellant stelde dat de Belastingdienst het voordeel uit deze erkenning ten onrechte bij het inkomen had betrokken en dat er een toezegging was gedaan dit niet te doen.
De rechtbank oordeelde dat de wet geen ruimte biedt om van het toetsingsinkomen in de basisregistratie af te wijken en dat appellant geen bewijs had geleverd van een dergelijke toezegging. Ook mocht de Belastingdienst afzien van het horen in bezwaar. Het hoger beroep faalt omdat de Raad van State deze overwegingen onderschrijft en bevestigt dat de rechtbank de juiste rechtsopvatting heeft gehanteerd.
Daarnaast is geoordeeld dat het late indienen van het verweerschrift geen reden was voor niet-ontvankelijkheid en dat de aangevoerde gronden in beroep reeds door de rechtbank waren beoordeeld. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.