ECLI:NL:RVS:2017:2182
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ontheffing inburgeringsplicht ondanks zorg voor echtgenoot
Appellante heeft bij het college een aanvraag ingediend voor ontheffing van de inburgeringsplicht vanwege de intensieve zorg die zij draagt voor haar echtgenoot. Het college heeft deze aanvraag afgewezen en de termijn voor het behalen van het inburgeringsexamen met twee jaar verlengd. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond verklaard.
In hoger beroep stelt appellante dat het besluit haar onevenredig treft en dat de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ruimte biedt om van de wet af te wijken. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt echter dat de Wet inburgering een wet in formele zin is en geen beleidsregel, waardoor artikel 4:84 Awb Pro niet van toepassing is. Ook is er geen beleidsruimte voor het college om af te wijken van de wettelijke ontheffingsgronden.
De Afdeling bevestigt dat het college slechts ontheffing kan verlenen indien de inburgeringsplichtige blijvend niet in staat is het examen te behalen door een psychische, lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap, of als het redelijkerwijs niet mogelijk is het examen te behalen ondanks inspanningen. De Afdeling concludeert dat het college terecht heeft geoordeeld dat appellante niet kan worden ontheven van de inburgeringsplicht en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de ontheffing van de inburgeringsplicht bevestigd.