ECLI:NL:RVS:2017:2148
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- E. Helder
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk in handhavingszaak ammoniakemissie veehouderij
Het college van burgemeester en wethouders van Deurne legde op 7 april 2015 aan [appellante] een last onder dwangsom op vanwege overtredingen van het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij met betrekking tot haar varkens- en rundveehouderij op een perceel te Vlierden. Na bezwaar handhaafde het college het besluit met gewijzigde formulering en begunstigingstermijn. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van [appellante] gegrond, vernietigde het besluit van 13 januari 2016 en herroept het besluit van 7 april 2015.
Het college stelde hoger beroep in tegen de overweging van de rechtbank dat geen sprake was van overtreding omdat de milieuvergunning uit 2005 niet in werking was getreden en dat daarom moest worden uitgegaan van een oudere vergunning uit 1989. Het college betoogde dat ook bij toepassing van de vergunning uit 1989 een overtreding van het Besluit emissiearme huisvesting plaatsvindt en wilde met het hoger beroep voorkomen dat het gebonden zou zijn aan de uitspraak in toekomstige handhavingsprocedures.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtskracht van de uitspraak van de rechtbank zich niet uitstrekt tot nieuwe handhavingsprocedures en dat het college geen belang heeft bij inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van [appellante].
Uitkomst: Het hoger beroep van het college werd niet-ontvankelijk verklaard en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.