ECLI:NL:RVS:2017:2139
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- J.Th. Drop
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning uitbreiding melkrundveehouderij ondanks bezwaren appellanten
Het college van burgemeester en wethouders van Opmeer verleende op 30 juni 2015, gewijzigd op 7 december 2015, een omgevingsvergunning aan de vergunninghouder voor de uitbreiding van een melkrundveehouderij aan een locatie te Aartswoud. De vergunning omvatte de bouw van een melkveestal, diverse silo’s en opslagfaciliteiten, met een totale oppervlakte van meer dan 15.000 m2 en een capaciteit van 304 melk- en kalfkoeien.
Appellanten betwistten onder meer hun belanghebbendheid, de noodzaak van een verklaring van geen bedenkingen, de strijd met provinciale ruimtelijke verordening, de bouwhoogte en oppervlakte, de landschappelijke inpassing, het welstandsadvies, de volksgezondheid en geluidhinder. De rechtbank verklaarde het beroep deels niet-ontvankelijk en ongegrond. De appellanten gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellanten B en C geen belanghebbenden zijn, dat de verklaring van geen bedenkingen terecht niet is vereist, en dat de vergunning niet in strijd is met de Provinciale Ruimtelijke Verordening. De bouwhoogte en het ontwerp van de stal zijn ruimtelijk aanvaardbaar en voldoen aan redelijke eisen van welstand, mede gelet op het advies van de Welstandscommissie Opmeer. De bezwaren over geluidvoorschriften en volksgezondheid zijn onvoldoende onderbouwd. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de melkrundveehouderij wordt bevestigd.