ECLI:NL:RVS:2017:2099
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen besluit ernstige bodemverontreiniging Schiedam
Het college van burgemeester en wethouders van Schiedam stelde bij besluit van 23 augustus 2016 vast dat op een perceel te Schiedam sprake is van ernstige bodemverontreiniging volgens artikel 29 van Pro de Wet bodembescherming. Tevens werd bepaald dat een spoedige sanering niet noodzakelijk is vanwege het ontbreken van humane, ecologische en verspreidingsrisico's. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit en voerde aan dat onvoldoende bodemonderzoek was verricht en dat er risico's zijn voor de drinkwatervoorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het beroep en oordeelde dat appellant geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 Awb Pro, omdat zijn belang niet rechtstreeks bij het besluit is betrokken. Appellant woont circa 2 kilometer van de locatie en zijn zorgen over verspreidingsrisico's en drinkwaterkwaliteit zijn onvoldoende concreet en niet direct gerelateerd aan het besluit.
Daarom verklaarde de Afdeling het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van lid C.H.M. van Altena op 2 augustus 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over ernstige bodemverontreiniging wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan rechtstreeks belang.