ECLI:NL:RVS:2017:2042
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens schijnhuwelijk
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 24 mei 2016 de aanvraag van een Surinaamse vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. De vreemdeling wilde bij haar in Nederland woonachtige echtgenoot verblijven. Na een ongegrond verklaard bezwaar door de staatssecretaris, verklaarde de rechtbank Den Haag het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht tot een nieuw besluit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van een schijnhuwelijk. De staatssecretaris stelde dat de vreemdeling en haar echtgenoot tegenstrijdige verklaringen hadden afgelegd over hun relatie, onder meer over de datum van verloving, kennis van eerdere huwelijken en het aantal kinderen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het standpunt van de staatssecretaris over het schijnhuwelijk ondeugdelijk was gemotiveerd. De tegenstrijdigheden in de verklaringen waren substantieel en wezen op het oogmerk om verblijf te verkrijgen. Daarom werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 27 juli 2017 in het openbaar gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens schijnhuwelijk.