ECLI:NL:RVS:2017:2014
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag reguliere toevoeging rechtsbijstand wegens gebrek aan belang
Appellant vroeg een reguliere toevoeging rechtsbijstand aan voor een bezwaarprocedure tegen het college van burgemeester en wethouders inzake verrekening van bijstandsuitkering met inkomsten. De raad wees deze aanvraag af en verleende een lichte adviestoevoeging (LAT). Appellant maakte bezwaar tegen de afwijzing, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen belang meer had. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat de bezwaarprocedure waarvoor de reguliere toevoeging was aangevraagd, was beëindigd met een besluit van het college dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. De reeds verleende LAT was verstrekt en er was geen bewijs dat het ontbreken van de reguliere toevoeging financiële gevolgen had voor appellant. De stelling dat meer dan drie uur rechtsbijstand nodig was, werd onvoldoende onderbouwd.
Ook oordeelde de Afdeling dat het bestuursorgaan terecht van hoorplicht kon afzien omdat de bezwaren geen kans maakten op een ander besluit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat appellant geen belang meer had bij bezwaar tegen afwijzing reguliere toevoeging rechtsbijstand.