ECLI:NL:RVS:2017:194
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- J. Van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen met recidiveverhoging
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde [appellante sub 2] een boete van €24.000 op wegens het laten werken van een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, conform artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Amsterdam matigde deze boete tot €8.000,00 en verklaarde de recidiveverhoging van 100% onredelijk en strijdig met het evenredigheidsbeginsel.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl [appellante sub 2] haar incidenteel hoger beroep introk. De Raad van State oordeelde dat de recidiveverhoging terecht was omdat de eerdere overtreding binnen vijf jaar plaatsvond en onherroepelijk was. De Raad overwoog dat de eerdere controle in maart 2012 de overtreding niet kon vaststellen omdat de betreffende vreemdeling toen niet aanwezig was, waardoor de minister pas bij de controle in november 2013 de overtreding kon constateren.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover de boete was vastgesteld op €8.000,00 en stelde zelf de boete vast op €16.000,00. Tevens bepaalde de Raad dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State stelt de boete vast op €16.000,00 inclusief de rechtmatige recidiveverhoging en vernietigt het lagere vonnis voor zover de boete op €8.000 werd vastgesteld.