ECLI:NL:RVS:2017:189
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet tijdig medewerking bij vaststelling identiteit werknemer
De minister legde appellant een boete van €12.000 op wegens het niet tijdig verlenen van medewerking aan de Inspectie SZW bij het vaststellen van de identiteit van een persoon die arbeid verrichtte binnen haar onderneming. De rechtbank stelde de boete bij tot €8.000 en verklaarde het beroep van appellant deels gegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat zij alles had gedaan om tijdig te voldoen en dat zij afhankelijk was van derden voor de informatieverstrekking.
De Raad van State overwoog dat appellant niet binnen de gestelde termijn had meegewerkt, hetgeen haar was toe te rekenen. De termijn van één week werd niet onredelijk geacht. Het betoog dat appellant afhankelijk was van derden faalde omdat bewust werd gewacht met het overleggen van de gevraagde informatie. Ook de betwisting van de verklaringen van de arbeidsinspecteurs werd niet inhoudelijk beoordeeld omdat het niet tijdig verlenen van medewerking vaststond.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de boete van €8.000 gehandhaafd bleef. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €8.000 wegens niet tijdig verlenen van medewerking.