ECLI:NL:RVS:2017:1872
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing omgevingsvergunning voor kamerverhuur in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht wees het verzoek van appellant om een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van kamerverhuur in een bovenwoning af. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat kamerverhuur onder overgangsrecht viel en dat het college onterecht het actuele beleid toepaste, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit van 14 oktober 2016 een nieuw primair besluit betrof en niet in deze procedure betrokken kon worden. Het beroep op overgangsrecht faalde omdat appellant niet kon aantonen dat kamerverhuur reeds bestond bij inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Het onderscheid tussen woningsplitsing en woningomzetting was irrelevant voor de afwijzing.
Verder werd geoordeeld dat het college het geldende beleid mocht toepassen en dat de gestelde toezeggingen niet aannemelijk waren. Het beleid stelt eisen aan inpandige fietsenstalling en afvalberging, waaraan het pand niet voldeed. Appellant kon geen bijzondere omstandigheden aantonen die afwijking van het beleid rechtvaardigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de omgevingsvergunning bevestigd.