ECLI:NL:RVS:2017:181
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A.W.M. Bijloos
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verklaring van rijvaardigheid wegens vermoedelijke fraude bij praktijkexamen
Appellant behaalde in maart 2012 zijn rijbewijs via een rijschool in Den Helder. Medio 2014 ontving het CBR een anonieme melding over frauduleuze samenwerking tussen een examinator en meerdere rijscholen, waaronder die van appellant. Uit onderzoek bleek dat de examinator in nauwe samenwerking met zes verdachte rijscholen kandidaten onterecht liet slagen voor praktijkexamens, waarvoor hij een geldbedrag ontving. De politie stelde negen indicatoren op om vermoedelijke onterecht geslaagde kandidaten te identificeren, waarbij appellant aan drie indicatoren voldeed.
Het CBR trok op 6 februari 2015 de verklaring van rijvaardigheid van appellant in en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit in december 2015. Appellant stelde dat de afstand tussen zijn woonplaats en de examenlocatie niet leidend was, maar dat hij koos voor korte doorlooptijden. De Raad van State oordeelde dat het CBR aannemelijk had gemaakt dat de verklaring ten onrechte was afgegeven, mede omdat appellant geen afdoende verklaring gaf voor de grote afstand en het volgen van rijlessen en examen in Den Helder.
De intrekking van de verklaring is geen straf, maar een belastend besluit waarbij het CBR de bewijslast draagt. De Raad van State stelde dat het CBR voldoende aannemelijk had gemaakt dat de verklaring onterecht was afgegeven en dat appellant onvoldoende tegenbewijs leverde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verklaring van rijvaardigheid wordt bevestigd.