ECLI:NL:RVS:2017:1729
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning mestscheidingsinstallatie Venray
Het college van burgemeester en wethouders van Venray verleende op 1 december 2015 een omgevingsvergunning tweede fase aan de Coöperatie voor Mineralen Valorisatie U.A. (Comiva) voor het bouwen en gebruiken van een mestscheidingsinstallatie op het perceel Metaalweg 1c te Venray, in strijd met het bestemmingsplan. Diverse belanghebbenden, waaronder [verzoekster] en anderen, stelden beroep in tegen deze vergunning, dat door de rechtbank Limburg grotendeels ongegrond werd verklaard of niet-ontvankelijk werd verklaard.
Tegen deze uitspraak werd hoger beroep ingesteld en werd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om de vergunning te schorsen, omdat Comiva op korte termijn met de bouw zou beginnen en een onomkeerbare situatie zou ontstaan. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 26 juni 2017 en hoorde partijen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het instellen van hoger beroep geen schorsende werking heeft op de vergunning en dat de vraag of het college bevoegd was de vergunning te verlenen en de belangenafweging correct was, in de bodemprocedure moeten worden beoordeeld. De deskundige Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) concludeerde dat de installatie valt onder milieucategorie 3.2, waarvoor vergunningverlening mogelijk is.
De voorzieningenrechter zag geen reden om aan te nemen dat de rechtbank onjuist heeft geoordeeld en dat de belangenafweging onvoldoende was. Gezien de belangenafweging en het voorlopige karakter van de procedure werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd gewezen op het risico dat vergunninghouders lopen zolang de vergunning niet onherroepelijk is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot schorsing van de omgevingsvergunning wordt afgewezen.