ECLI:NL:RVS:2017:166
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake invordering verbeurde dwangsommen wegens overtreding bedrijfsvoertuigen op perceel
Het college van burgemeester en wethouders van Ede legde [appellante] een last op om het niet-agrarisch bedrijfsmatige gebruik van een perceel te beëindigen, met een dwangsom verbonden aan overtredingen. Het college vorderde verbeurde dwangsommen wegens het parkeren van bedrijfsvoertuigen op het perceel, wat in strijd was met de last. De rechtbank Gelderland verklaarde de beroepen van [appellante] tegen deze invorderingsbesluiten ongegrond.
In hoger beroep betoogde [appellante] onder meer dat de overtreding op 31 maart 2015 niet aan het invorderingsbesluit van 7 mei 2015 ten grondslag mocht worden gelegd en dat het controleverslag onvolledig was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de datum in het bezwaarbesluit een kennelijke verschrijving betrof en dat het controleverslag en de bijgevoegde foto's voldoende bewijs boden dat een vrachtwagen van [appellante] op het perceel aanwezig was.
Verder stelde [appellante] dat het stilstaan van de vrachtwagen geen overtreding was, maar de Afdeling bevestigde dat het parkeren van bedrijfsvoertuigen onder de verboden activiteiten viel. De Afdeling stelde vast dat de bevoegdheid tot invordering van sommige dwangsommen was verjaard, waardoor deze niet meer konden worden ingevorderd, maar bevestigde het vonnis van de rechtbank voor de overige dwangsommen.
De Afdeling wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 26 januari 2016. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.