ECLI:NL:RVS:2017:1611
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- W.G. Van Eck
- W.G. Van Loon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting naar Iran
De vreemdeling heeft bezwaar gemaakt tegen zijn voorgenomen uitzetting naar Teheran, Iran, omdat volgens zijn gemachtigde geen laisser passer was afgegeven door de Iraanse autoriteiten. De staatssecretaris zou daardoor bewust het risico nemen dat de vreemdeling wordt geweigerd, wat angst en stress zou veroorzaken.
De voorzieningenrechter heeft telefonisch contact opgenomen met de piketpleiter van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), die meldde dat de uitzetting zal plaatsvinden met een EU-staat in combinatie met een identiteitsdocument, niet met een laisser passer. Tevens bleek dat de vreemdeling en zijn gemachtigde tijdig waren geïnformeerd over de uitzetting.
Er is geen aanwijzing dat de vreemdeling bij terugkeer te vrezen heeft voor vervolging of onmenselijke behandeling. Ook is niet gebleken dat er een nieuwe asielaanvraag was ingediend. Gezien deze omstandigheden en het late tijdstip van bezwaar en verzoek tot voorlopige voorziening, ziet de voorzieningenrechter geen reden om de uitzetting te verbieden.
Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de uitzetting naar Iran wordt afgewezen.