ECLI:NL:RVS:2017:1597

Raad van State

Datum uitspraak
14 juni 2017
Publicatiedatum
15 juni 2017
Zaaknummer
201703818/2/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit en inreisverbod vreemdeling

De staatssecretaris heeft op 24 januari 2017 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod uitgevaardigd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod ongegrond en het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag niet-ontvankelijk.

De vreemdeling stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om te voorkomen dat hij wordt uitgezet of dat de verstrekkingen worden beëindigd tijdens de behandeling van het hoger beroep. De staatssecretaris erkende dat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Syrië een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro, waardoor uitzetting naar Syrië niet zal plaatsvinden.

De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen reden is om een voorlopige voorziening te treffen omdat er geen grond is om aan te nemen dat de bestreden uitspraak in hoger beroep zal worden vernietigd. Het verzoek werd dan ook als kennelijk ongegrond afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het uitzettingsbesluit en inreisverbod is afgewezen omdat de vreemdeling niet zal worden uitgezet naar Syrië.

Uitspraak

201703818/2/V2.
Datum uitspraak: 14 juni 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 2 mei 2017 in zaak nr. 17/3046 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.
Procesverloop
Bij besluit van 24 januari 2017 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.
Bij uitspraak van 2 mei 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep, voor zover gericht tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod ongegrond verklaard en voor zover gericht tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Voorts heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.    Het verzoek is erop gericht te voorkomen dat de vreemdeling wordt uitgezet, dan wel dat de verstrekkingen, voorzien bij of krachtens de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, worden beëindigd gedurende de behandeling van het ingestelde hoger beroep.
2.    De staatssecretaris heeft te kennen gegeven dat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Syrië een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 3 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en dat de vreemdeling om die reden dan ook niet zal worden uitgezet naar Syrië. Nu er voorts thans geen grond is om aan te nemen dat de aangevallen uitspraak in hoger beroep zal worden vernietigd, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorziening, als verzocht, te treffen.
3.    Het verzoek dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.
4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.
w.g. Bijloos    w.g. Van Loon
voorzieningenrechter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 14 juni 2017
284-806.