ECLI:NL:RVS:2017:159
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving zonwering vanwege onjuiste toepassing artikel 4:6 Awb
Het geschil betreft het verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen een zonwering annex luifel aan een woning in Dordrecht. Het college wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat eerder handhavend was opgetreden tegen een overkapping aan dezelfde woning. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt deze uitspraak.
De Afdeling overweegt dat artikel 4:6 Awb Pro alleen van toepassing is op nieuwe aanvragen na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking. Omdat het eerdere besluit handhavend op te treden een toewijzing betrof, kon het college het nieuwe verzoek niet op die grond afwijzen. Dit leidt tot vernietiging van het besluit van 2 maart 2015 en de uitspraak van de rechtbank.
Het incidenteel hoger beroep van de bewoners van de woning, die stelden dat het bouwwerk een vergunningvrije zonwering betreft, wordt ongegrond verklaard. De Afdeling oordeelt dat het bouwwerk vanwege zijn constructie en permanente aanwezigheid niet kwalificeert als zonwering in de zin van het Besluit omgevingsrecht.
Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellant. Tevens wordt bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling kan worden ingesteld.
Uitkomst: Het besluit van het college om handhavend optreden af te wijzen wordt vernietigd en het college dient een nieuw besluit te nemen.