ECLI:NL:RVS:2017:1588
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- F.C.M.A. Michiels
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade na bestemmingsplanwijziging in Heerjansdam
Appellant is sinds 1996 eigenaar van een woning en opstallen aan een perceel te Heerjansdam. Hij verzocht het college om een tegemoetkoming in planschade vanwege waardevermindering van zijn perceel als gevolg van het bestemmingsplan "Voorzieningencluster - Educatief plein, Heerjansdam" dat in 2012 in werking trad. Volgens appellant leidde het nieuwe bestemmingsplan tot hogere gebruiksintensiteit, meer verkeersbewegingen, geluidshinder, verminderde privacy en parkeergelegenheid.
Het college vroeg advies aan de SAOZ, die concludeerde dat appellant per saldo niet in een nadeliger planologische positie is gekomen. De SAOZ stelde dat de bouwhoogte is verminderd, de ligging en omvang van bebouwing gunstiger is en dat onder het oude en nieuwe planologisch regime vergelijkbare gebruiksmogelijkheden bestonden. Het college wees het verzoek af, de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het nieuwe bestemmingsplan in rechte onaantastbaar is en dat het college terecht het SAOZ-advies als onafhankelijke deskundige heeft gevolgd. De bezwaren van appellant over de inhoud en onafhankelijkheid van het advies faalden. Ook werd geoordeeld dat de aanduiding "6" op de plankaart geen zelfstandige betekenis heeft zonder nadere planregels, waardoor de maximale bouwhoogte 15 meter blijft. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd waarbij het verzoek om tegemoetkoming in planschade wordt afgewezen.