ECLI:NL:RVS:2017:1554
Raad van State
- Hoger beroep
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verklaring van rijvaardigheid wegens vermoedelijke fraude bij praktijkexamen
Appellante behaalde haar rijbewijs in mei 2013 via een rijschool in Den Helder. Medio 2014 ontving het CBR een anonieme melding over fraude tussen een examinator en meerdere rijscholen, waaronder die van appellante. Uit onderzoek bleek dat de examinator kandidaten onterecht liet slagen in ruil voor betalingen. Het CBR trok daarop in februari 2015 de verklaring van rijvaardigheid van appellante in, gesteund op politie-indicatoren die vermoedens van onrechtmatig slagen onderbouwen.
Appellante voerde aan dat de indicatoren niet per definitie tot intrekking mogen leiden en dat zij niet betrokken was bij onrechtmatigheden. Zij stelde dat haar keuze voor de rijschool in Den Helder legitiem was en dat zij meerdere malen gezakt was voordat zij slaagde. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het CBR de indicatoren terecht hanteerde en dat de afstand tussen woonplaats en rijschool ongebruikelijk groot was zonder voldoende verklaring.
De Afdeling overwoog dat het CBR aannemelijk heeft gemaakt dat de verklaring ten onrechte is afgegeven en dat appellante onvoldoende tegenbewijs heeft geleverd. Ook het ontbreken van verkeersincidenten bij appellante weegt niet mee, omdat het examen niet op juiste wijze was afgenomen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de intrekking van de verklaring van rijvaardigheid bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de verklaring van rijvaardigheid van appellante wordt bevestigd wegens aannemelijke verdenking van onrechtmatig slagen.