ECLI:NL:RVS:2017:1424
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking remigratievoorzieningen wegens niet tijdig vertrek
De appellant had op 16 september 2014 remigratievoorzieningen toegekend gekregen met de verplichting uiterlijk 16 maart 2015 naar Turkije te vertrekken. Na een verlenging tot 16 september 2015 vertrok appellant niet binnen deze termijn. De raad van bestuur trok daarop de voorzieningen in en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Appellant voerde aan dat er sprake was van bijzondere omstandigheden, zoals de situatie van zijn schoolgaande kinderen, de langdurige uitschrijving uit de basisregistratie personen, de gezondheidstoestand van zijn echtgenote en een vermeende telefonische toezegging van een medewerker van de Sociale Verzekeringsbank om de vertrektermijn te verlengen. De Raad van State oordeelde dat deze omstandigheden niet aannemelijk maakten dat appellant redelijkerwijs niet kon vertrekken binnen de verlengde termijn en dat de beleidsregel van de SVB correct werd toegepast.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat de intrekking terecht was en dat de rechtbank de juiste afweging had gemaakt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de remigratievoorzieningen wordt bevestigd omdat appellant niet binnen de gestelde termijn is vertrokken en geen bijzondere omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt.